Vipassana meditatie

Vipassana meditatie is het hart van de Theravada traditie

Het gaat niet om een devotionele praktijk, maar om een onderzoek naar ons eigen lichaam en geest. Het doel is ons te bevrijden van een verkeerde visie op de realiteit. We denken dat er een “ik” bestaat dat alles bestuurt, waarmee we ons identificeren en waarvan we denken dat het na onze dood verder zal leven. Maar het leven is verandering, niets duurt, niets is blijvend, er is geen enkel stabiel element in onszelf. Hoe meer we vipassana beoefenen, hoe beter we dit begrijpen. Hoe beter we dit begrijpen, hoe minder we lijden…

Vipassana beoefenen is het Nobele Achtvoudige Pad van de Boeddha in praktijk brengen. Zoals de naam aangeeft zijn er acht armen die we kunnen onderbrengen in drie groepen:

Nobele Achtvoudige Pad

SILA, de moraliteit, zal ons bevrijden op het niveau van woord en daad. We nemen de vijf morele basisvoorschriften in acht : niet doden, niet stelen, niet liegen, geen verdovende middelen gebruiken en geen ongeoorloofd seksueel gedrag hebben.

SAMADHI, de concentratie, zal ons bevrijden op het niveau van de geest. Zolang de geest geconcentreerd blijft, kan geen enkele onzuiverheid binnen dringen.

PAÑÑA, de wijsheid, zal ons bevrijden van op het niveau van de gewoonten, de latente neigingen diep in onze geest, die we aangenomen hebben in de loop der tijden.

Vipassana meditatie is het in praktijk brengen van deze drievoudige oefening: sila (moraliteit), samadhi (concentratie) en pañña (wijsheid).

De methode

Vipassana wordt via verschillende methodes beoefend. Maar al deze methodes hebben allemaal hetzelfde doel : de aandacht en wijsheid ontwikkelen. Alleen de aanpak verschilt.

Bij de activiteiten van Dhamma Group wordt de methode van Mahasi Sayadaw van Birma gebruikt.

Tijdens de intensieve retraites oefent de meditant op drie manieren : in zithouding, tijdens de loopmeditatie en tijdens alle dagelijkse activiteiten. Hij verbindt er zich toe voor de duur van de retraite de acht morele voorschriften en de nobele stilte te respecteren. Tijdens de zitmeditatie moet de meditant aandachtig zijn voor alle dominante verschijnselen in hemzelf, te beginnen met de rijzende en dalende beweging van de buik. Na een uur zimeditatie volgt een uur loopmeditatie.

Alle dagelijkse activteiten moeten langzaam en beheerst uitgevoerd worden. De meditant moet gedurende de hele dag alles wat op elk moment in hem gebeurt aandachtig observeren. De meditant wordt in zijn praktijk gesteund door het dagelijkse onderricht over de Dhamma en de interviews met de meditatiemeester.